
De laatste dagen ben ik veel op stap geweest. Wat minder achter de computer en wat meer in de buitenlucht. Want ik was het een beetje beu, al dat binnen zitten. Het was een veel te lange winter. Dus hop, eruit.
Ik weet niet of jij het ook zo ervaart, maar het kantoorse leven maakt je blikveld eng. Je denkt dat alles draait om wat er aan jouw bureau gebeurt. En dat de enige toegang tot de wereld het glazen scherm van je pc is.
Maar je bent een stukje van de wereld
Wat is het dan heerlijk om te merken dat de het heel anders in elkaar steekt. De lente buiten laat je proeven dat jij gewoon een deel van die wereld bent, erbij hoort. En niet een of andere buitenstaander die het door een raampje mag aanschouwen.
Het is de warme zon die op je bol schijnt, de geuren en de kleuren van de bloesem, het frisse groen dat overal uitschiet, de mussen die tjilpen en de vinken die hun typische zwierige gekwetter laten horen.
En jij, fietsend, wandelend of joggend, hoort daar dus bij. Die mussen en die vinken kijken ook naar jou en zien dat jij er ook plezier in hebt. Zij geven hun concert voor jou.
Over mussen en vinken gesproken
Op één van mijn buitendagen had ik een ontmoeting met een man die prachtige dingen doet met dode boomstronken, een hamer en een beitel.
Theo Sonnemans, ver in de zeventig, alpinopet op, bruine ribblouse over een gezellige buik, een sleetse spijkerbroek, lange grijze baard, doorgroefde kop en knoesten van handen. Een beroemdheid hier in de streek.
Behalve dat Theo Sonnemans een boomkunstenaar is, is hij een soort van filosoof. Tussen het beitelen door praat hij graag met je over het leven. De ene wijsheid volgt op de andere, terwijl intussen de boomstronk opnieuw tot leven wordt gewekt.
Theo vertoont zijn kunsten meestal gratis. Dat deert hem weinig. “Want”, zegt hij, “de opbrengsten komen vanzelf. Ik strooi kruimels voor de mussen, en af en toe zit daar een goudvink tussen.”
Dat is een lesje over geld verdienen
Je hoeft geen levenskunstenaar te zijn om te zien wat Theo bedoelt: vrijgevigheid - onvoorwaardelijk - zorgt voor brood op de plank.
Een vrije werker zoals ik, vertaalt dat natuurlijk meteen naar het ondernemen: als je maar voldoende weggeeft zonder er meteen iets voor terug te vragen, dan kom je vanzelf ook klanten tegen die meer van je verlangen en daar graag voor willen betalen.
Het lesje heeft een dubbele bodem
Maar er zit nog iets in die uitspraak. De goudvink toont zich niet zonder de mussen. Hoewel we hem het liefst alleen zien, is een goudvink op zichzelf ondenkbaar.
De mussen zijn de wegbereiders. Ze snoepen van de kruimels. Als het ze bevalt dan komen er meer. Hoe meer mussen, hoe groter de kans dat ook die goudvink opduikt. Het brood moet dus smaakvol gebakken zijn.
De mussen zijn het kritische publiek waarmee je jouw product of dienst steeds beter maakt. De mussen mag en kun je niet negeren. Als jij ze snapt en voor ze openstaat, weet hoe zij in elkaar steken, hoe zij denken, wat hen aanspreekt; pas dan zul je leren hoe jij je brood verkoopbaar maakt.
Die goudvink is leuk en brengt je de omzet, maar de mussen verdienen de lekkerste kruimels. Zij houden je scherp en kritisch. En als je de mussen goed verwent, dan nemen ze ooit hun maatje mee.
Stan Lenssen is een die blogger die kruimels strooit voor vrije werkers. Je kunt ze gratis proeven op SayEbusiness.nl. (Ook geschikt voor goudvinken.)






mei 8th, 2010 at 1:32 pm
mooi geschreven !!:-}